De 4 ontwikkelingsfasen van het kind tot volwassene: hét uitgangspunt van onze visie op onderwijs

Met ons leerplan beogen wij de natuurlijke ontwikkelingsfasen te respecteren zodat het groeiproces van kind naar volwassene niet wordt geforceerd c.q. versneld.

Als een kind tijd en ruimte krijgt om een fase te doorleven, kan het deze op een gezonde manier afsluiten en met meer overtuiging en zelfvertrouwen een volgende fase binnengaan.

Rudolph Steiner, grondlegger en stichter van het vrije school onderwijs, heeft de 4 ontwikkelingsfasen uitvoerig beschreven, waarvan hieronder een korte kernweergave. De leerstof op onze school is inhoudelijk hiermee verweven.

0-7 jaar

De eerste zeven jaar staan voornamelijk in het teken van de opbouw van het lichaam. Het kind bevindt zich in de fase van de nabootsing en veel accent ligt op het bewegen. De motoriek ontwikkelt zich.

7-14 jaar

In deze periode ontdekt het kind de wereld vanuit zijn gevoelsleven. Het kind heeft veel houvast nodig dat geboden kan worden door een eerlijke en positieve autoriteit (ouder, leraar etc...). Belangrijk aspect in deze periode is het leren met het geheugen. Denk maar onder andere aan het automatiseren van de ‘tafeltjes’.

Het 10-jarige kind belandt in deze periode in een loyaliteitscrisis: trouw blijven aan zichzelf kan haaks komen te staan op de beleving van de groep.

14-21 jaar

In deze periode staat centraal: de geslachtsrijpheid, het vormen van een abstract voorstellingsvermogen en het vormen van een zelfstandig oordeel.

21-28 jaar

In deze periode rijpt het eigen IK verder uit naar volledige volwassenheid.

De huidige wetenschap staaft: van spel naar leren

Een peuter communiceert liever via spel en non-verbale communicatie, bijvoorbeeld door aan te wijzen wat het bedoelt. Ook gebruikt hij taal vooral om te ordenen zoals door hardop tegen zichzelf te praten en te benoemen wat het gaat of wil doen.

Kinderen van 4-6 jaar (kleuters) breiden hun fysieke en sociale omgeving verder uit en vervolmaken via spel hun taal. Door spel en rollenspellen leren ze hoe sociale verhoudingen in elkaar steken.

Het zevende jaar wordt ook wel ‘scharnierleeftijd’ genoemd: de beide hersenenhelften gaan nu pas echt samenwerken. De fantasie maakt plaats voor werkelijkheidsbesef. Dat maakt dat het inzicht van het kind in de wereld drastisch gaat veranderen. Het kind is nu tot omvangrijker inzicht in staat en abstracte werkvormen worden daarom rond het 7e jaar beter en sneller beheerst. Het korte termijngeheugen is volgroeid en het lange termijngeheugen neemt toe. Het automatiseren van abstracte leerstof kan beginnen.

Met het intreden van de puberteit staat het puberbrein als het ware ‘in de steigers’: de prefrontale cortex (gebied midden achter de ogen) maakt miljoenen nieuwe verbindingen aan. Het uitrijpen van dit proces duurt nog tot ver na het twintigste levensjaar. Met 18 jaar is er daarom nog geen sprake van neuro-psychologische volwassenheid.

Antroposofie binnen de vrije school

Antropos = mens sofie = kennis.
Samen maakt dit ‘de kennis van de mens’.

Antroposofie maakt op school geen onderdeel uit van de leerstof!

Bij het starten van de eerste vrije school in 1926 hield de grondlegger en stichter Rudolph Steiner een toespraak waarin hij benadrukte “dat kinderen op een vrije school geen weet moeten hebben van wat antroposofie betekent. Antroposofie dient juist en alleen een grote inspiratiebron te zijn voor de leraren.”

Voor u en uw kind zal de antroposofie daarom alleen tastbaar zijn in de navolgende punten:

  • een groot respect voor de 4 ontwikkelingsfasen
  • een eigen leerplan: een goede balans tussen het cognitieve leren en het volop ruimte bieden aan de groei van de oorspronkelijke mens in het kind
  • levend onderwijs, in de regel geen gebruik van vaste lesmethodes
  • creatieve, kunstzinnige lessen wisselen het abstracte leren af
  • leerkrachten houden wekelijks een pedagogische vergadering
  • bewondering en dankbaarheid stimuleren voor mens, natuur en de daarbij horende natuurlijke levensprocessen
  • goede sociale omgangsvormen tussen klein en groot
  • de aanwezigheid van alleen natuurlijke materialen binnen de school en in de inrichting van de lokalen.
  • vaste dag, - week- en jaarritmes
  • veel aandacht voor de seizoenen en de jaarfeesten
  • een grote ouderparticipatie en betrokkenheid bij het vormgeven van feesten en bij het helpen organiseren van klassenactiviteiten

Wij verwachten van ouders dat ze open staan voor de wijze waarop de school de antroposofie toepast in de dagelijkse gang van zaken. Immers heeft de vrije school een antroposofische grondslag.

Voor ouders, die meer over de inhoud en achtergronden van de antroposofie zouden willen weten, hebben wij volop leesmateriaal in onze schoolbibliotheek.