Wat betekent de vrije school?

Net als iedere andere school hebben wij een vaststaand leerplan met kerndoelen welke door de onderwijsinspectie is erkend.

Omdat wij overtuigd zijn dat het zwaartepunt in de ontwikkeling van een kind niet alléén in het denken moet liggen, maar zeker óók in het voelen en in het willen, volgen wij een inhoudelijk eigen leerplan.

De ‘vrije’ school betekent dan ook ‘school met een eigen leerplan’:
dit leerplan voorziet in een afwisselend appel op het werken met het hoofd, het hart en de handen.

Wat betekent het eigen leerplan voor de lessen?

Ons leerplan voorziet iedere klas van vaststaande jaar- en kerndoelen die gehaald moeten worden.

Het vrije schoolleerplan onderscheidt zich van anderen vanwege de inhoudelijke keuze voor ‘levend onderwijs’: op de vrije school bepalen niet vaste methodeboeken de leervorm voor het kind, maar de leraar. Deze heeft als geen ander kijk op de specifieke vragen, op noodzakelijke referentiekaders en op het enthousiasme die de leerstof oproept. De vrije schoolleerkracht verbindt zich daarom aan de klas middels een intensief scheppende taak.

De leerlingen op hun beurt verwerken de lesstof niet alleen met het hoofd, maar ook met hart en handen: in een schrift zetten zij de stof op unieke wijze om in kleurrijke teksten en beelden.

NB: Nadat het kind in het periodeonderwijs de leerstof heeft geleerd en verwerkt, moet er natuurlijk blijvend geoefend worden. Hiervoor worden wél boeken of stencils gebruikt. Dit oefenwerk stelt de leerkracht in staat om te toetsen of de leerlingen de stof voldoende zelfstandig beheersen.

cognitieve leerstof:
  • lezen
  • schrijven
  • rekenen
  • de vreemde talen
    Engels, Duits en Frans
  • heemkunde
    de jaargetijden, planten, dieren,
    zon, maan, sterren
  • geschiedenis
  • aardrijkskunde
  • natuurkunde
creatief kunstzinnige leerstof:
  • gedichten schrijven
  • vormtekenen
  • schilderen
  • toneel
  • blokfluiten
  • zang
  • euritmie
  • handwerken, vilten
  • werken met bijenwas
  • handenarbeid
  • houtbewerken
Verder:

Periodeonderwijs

Periodeonderwijs leidt tot verdieping en intense beleving van de leerstof.

Gedurende 3 tot 4 weken buigt een klas zich iedere dag (meestal 's ochtends) 2 uur lang over één bepaald vak. Tijdens de lessen is er afwisselend ruimte voor het opnemen en verwerken van de leerstof. De leerlingen verwerken de leerstof op kunstzinnige wijze in hun periode- schriften: naast het overnemen van bordteksten schrijven ze hun eigen opstellen, gedichten en verhalen. Zo ontstaat er als het ware een heel uniek eigen lesboekje.

Het periodeonderwijs wordt gegeven door de eigen klassenleerkracht of door een specifieke vakleerkracht.

Toetsen

In de klassen 1 t/m 6 worden jaarlijks 2 tussentijdse CITO toetsen afgenomen als onderdeel van het leerlingvolgsysteem.
In de klas volgt de leerkracht nauwgezet de ontwikkeling in het leerniveau van het kind.
De tussentijdse CITO toetsen zijn een aanvullende, externe manier om het cognitieve leerniveau te bewaken.

Remedial teaching

Indien noodzakelijk zal het leerproces extra worden ondersteund en bevorderd door het inzetten van de remedial teacher. Desgewenst zal een kind extra oefenwerk mee naar huis kunnen krijgen.

Getuigschriften

Aan de basis van het leren staat het kind als mens. De leerkracht observeert de leerling het hele jaar door en verkrijgt daarmee een duidelijk mensbeeld van het kind. Zo worden de wijze waarop het kind zich verhoudt tot zichzelf, de omgeving en het totale leerproces nauwlettend in de gaten gehouden.

Op de vrije school is er daarom geen sprake van een cijferrapport maar van een getuigschrift. In het getuigschrift koppelt de leerkracht het leerniveau van uw kind aan de persoonlijke ontwikkeling die het doormaakt.

Alle getuigschriften die het kind van klas 1 t/m 6 krijgt uitgereikt - alsook de tussentijdse CITO toetsen - maken deel uit van het leerlingvolgsysteem.

Schoolverlatertoets klas 6 (groep 8)

De school neemt in de 6e klas de IEP Eindtoets van Bureau ICE af. Deze is door de onderwijsinspectie erkend. De toets dient als onafhankelijke toelating in de stap naar het (regulier) voortgezet onderwijs. Daarnaast blijven de bevindingen van de eigen klassenleerkracht een belangrijke raadgever in het advies voor het toekomstige leerniveau in het voortgezet onderwijs.